Artistic Statement: Sediment Drawing * 2013

Het begint met het uitrollen van een groot stuk papier. Dat maak ik nat, vochtig. Niet helemaal, maar nat genoeg om de gekeurde inkt die ik aan de massa water toevoeg zo ver mogelijk te laten verspreiden. Er ontstaan poelen met een gevarieerde helderheid van kleur. Soms ontstaat er een mist, een troebel waardoor je het papier zelf niet meer kan zien.

Het water drenkt zich in de kleuren die ik intuïtief bij elkaar pak.

Daarbij kan het lastig zijn om wat ik heb gelezen, gehoord of gezien over kleuren, hun betekenissen en standaard, bouwmarkt kleurengamma’s los te laten.

Ergens hou ik van lelijke kleuren. Combinaties die op een of andere manier toch wel kunnen. De dunne richel van de nuance. Misschien wel lelijk, maar bijzonder genoeg om het op te merken, te irriteren of te appreciëren.

Op een gegeven moment is het water overweldigend. Als het papier een stuk land was, dan was daar nu watersnoodramp. Jerrycans vol water dat verder verspreid dan de grenzen van het papier en die ik op mop door Tork-papier te ontrollen tot een soort van dijk, dam, wal. Het doet me denken aan een verkeerde volgorde van polderen. Die dunne papieren zelf drinken nog meer pigment in en leveren de mooiste lange lees rollen op.

Al dit nat laat ik liggen op de vloer, tafel, het oppervlakte tot het gedroogd is. Soms, vaker wel dan niet, ben ik te ongeduldig en rol ik een nieuw stuk papier op het reeds kletsnatte vel.

Het papier is dik genoeg dat het niet reageert als de papieren die de dam vormen, zodat je er nog wat liters eroverheen kan schenken, maar het is dun genoeg om tijdens het verdrinken onder nog meer water en inkt aangetast te worden. De laag met water dat onder het stuk papier poelt lekt door en wordt gevolgd door wederzijds doorlekken van de bovenste waterlaag. Al deze handelingen gebeuren in een trans van concentratie. Het feit dat ik de inkt niet aan het papier hecht met een pen of penseel maakt dat ik moet wachten. Het opdrogen gebeurd vanzelf, al duurt het een paar dagen.

De opdroging levert organische vormen met een schoonheid op die je makend met de hand nauwelijks kan evenaren. En toch heeft een uitsparing van het water, een mooie 'vlek', een te evenwichtig stuk het soms nodig aangetast te worden met een penmarkeringen, een ver-wassing of nog een onderdompeling tot droging van kleur. Hoe en of ik ingrijp hangt af van wat het spelen met water heeft opgeleverd. Het kan dat ik alleen nog moet bepalen wat het werk nodig heeft op zich om zich als werk te presenteren.

Een van de dingen die ik aangenaam vind aan de tekeningen, die ontstaan na het spelen met de inkt en het lange drogen, is dat je naar een onderdeel of zelf het geheel kan kijken en dat je dan iets kan herkennen. Een mensfiguur of een dier, een voorwerp. En dan doet ineens een groot deel van of zelf heel de tekening mee. Een verhaal kan zo starten. Een verhaal dat resoneert dat in wat je zelf de afgelopen tijd hebt ervaren, aan gebeurtenissen en personen. En als je in dat stukje fantasie genoeg hebt gedroomd je nog eens een kijkje kan nemen. Tot je oorspronkelijke waarnemingen zelfs weer kwijtraakt door iets nieuws te vinden in de scala aan vormen en kleuren.

Deze mogelijkheid om op deze manier iets te herkennen is ook zo "figuratief" als ik me wil uitbeelden. De behoefte om van af het begin expliciet voor de toeschouwer aan vorm te definiëren heb ik niet. Mijn toeschouwer wil ik geen gevoel opdringen. Het onderscheiden van dat stukje figuratie in de abstractie moet vanzelf gaan, niet moeiteloos maar wel natuurlijk. Onvermijdelijk, onontkoombaar. Langzaam op temperatuur komend. Wanneer je het kijken de tijd geeft. En als het dan zover is gaat het eigenlijk alleen maar om wat je hebt ontwaard. Om bekoring die daarop volgt. Dat je niet precies weet wat er gebeurt maar dat de aura van een werk lonkt en dat je denkt krachtig. Of mooi, of hè, dit stuk doet me denken aan...

En de concentratie, focus, energie, liefde die ik tijdens het maken aan het water mee geef word opgepikt. Vermengt met wat de verbeelding je geeft. Maar wat je ook denkt of herkent, dit niet hoofdzakelijk door mij wordt gestuurd. In ieder geval niet beeldend en nog niet via een eventuele titel. Ik wil dan best erkennen dat ik mijn kijker heus wel een richting opstuur. Ik redigeer wat ik kan. Alleen is die richting op een bepaalde manier minstens zo ongrijpbaar. Bewegend water, met of zonder pigment laat zijn bodem niet helder zien. Ik werk met al die kleuren bijna blind. Maar wat droog is, is zichtbaar. Je hoeft alleen nog maar te zien.

Soms bevallen me de drogingen niet. De kleur is mooi, maar nietszeggend. Of de vlekken zijn lelijk, beter gezegd niet innemend genoeg. Dat betekend vaak dat mijn hoofd nog niet een verhaal heeft kunnen verzinnen dat bij de ‘lelijke’ tekening hoort. Het gevoel van verrukking als een klein detail dan de hele wirwar relevant maakt is wat het hem voor mij doet. Een tijd terug heb ik gelezen over een onderzoek waarbij men moest kijken naar een scherm met daarop onwillekeurig bewegend een grote driehoek, een kleiner driehoek en een evenredig groot rondje. Na afloop werd er aan de deelnemers van dit onderzoek gevraagd wat ze hadden gezien. Het kwam erop neer dat het kleine driehoekje en het rondje ‘star crossed lovers’ waren. De grote driehoek was de boosdoener die deze geometrische Romeo en Julia de liefde bemoeilijkte, aldus deze deelnemers. Toch was de beweging van elk van deze drie vormen compleet random. De tragedie was er alleen om dat de mens hem verzon. Om te verklaren wat men zag. Het gaat dus om het kijken, het gaat om wat je ziet.